Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
Men kan ook opmerken, dat de vijf driehoeken, die in
een hoekpunt samenkomen, het zijdelingsch oppervlak vor-
men van een vijfzijdige piramide. Is nu een hoekpunt naar
boven gekeerd, dan heeft men daar op die wijze lo ribben;
evenzoo bij 't hoekpunt, dat naar beneden is gekeerd.| Tus- ^
schen die beide piramiden heeft men nog lo ribben.
§ 230. Het netwerk van 't lichaam wordt verkregen, als
men eerst de tien driehoeken teekent, die tusschen de zoo-
even bedoelde piramides in liggen, en vervolgens op elk der
langste zijden van het parallelogram ABCD, dat daardoor
ontstaat, vijf gelijkzijdige driehoeken, die
later de opstaande zijvlakken eener vijf-
zijdige piramide zullen worden.
§ 231. Het regelmatig twintigvlak ver-
toont, als men voor een zijvlak geplaatst
is, nevenstaanden vorm. Men ziet dan
de helft der zijvlakken. Als het oog zeer
dicht bij het lichaam is, kan het gebeuren,
dat men slechts één zijvlak ziet.
AFGEKNOTTE PIRAMIDE.
«
§ 232. Men neemt een piramide, die volgens een door-
snede evenwijdig aan het grondvlak kan verdeeld worden in
2 deelen. De leerlingen zien, dat een van die deelen een