Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
meet men den afstand QR en teekent den driehoek PQR
verkleind op het papier. Hier kan men door middel van
den transporteur L F meten.
§ 207. Om het oppervlak te bepalen, dat begrensd wordt
door een rechte lijn AE en een
kromme lijn, handelt men in de
praktijk gewoonlijk op de vol-
gende manier. Men richt in
verschillende punten van AE
loodlijnen op, zoo dicht bij el-
kaar, dat men geen groote on-
nauwkeurigheden begaat, wan-
neer men de bogen A;«', n'in\
enz. als rechte lijnen beschouwt.
Men kan dan A.mm' en Kxx'
als driehoeken en mnn'm' enz. als trapeziums beschouwen,
wier oppervlakken men berekent en samentelt.
Wordt nu een vlak figuur geheel of gedeeltelijk door zulke
kromme lijnen begrensd, dan kan men het verdeelen in
driehoeken en figuren zooals dat, waarvan we zooeven bij
benadering het oppervlak hebben bepaald.
§ 208. Deze manier is echter nog al omslachtig, en daarom
bedient men zich ook wel van de volgende handelwijze.
De kromme lijnen, die
de figuren begrenzen,
worden bij gedeelten
vervangen door rechte
lijnen, zooals ae en
die men op het oog
zoodanig kiest, dat de
gedeelten van het op-
pervlak, zooals abc, die
men weglaat, even groot
zijn als andere stukken, waarmee men het te berekenen op-
pervlak vermeerdert.
§ 209. Om het oppervlak van een water te bepalen, sluit