Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
gevolgde manier, met de derdemachtsworteltrekking is zoo
iets niet het geval. Om dus den derdemachtswortel uit een
getal te vinden, zou men op de lagere school of zich moeten
bedienen van een tafel, öf elk cijfer (het eerste uitgezonderd)
door herhaald beproeven bepalen.
Weet men nl., dat de derdemacht van lo duizend is, van
twee tientallen 8 duizendtallen, enz. dan ziet men dat de
derdemachtswortel uit 191721 meer is dan 50 en minder dan
60. Om verder de eenheden van dien derdemachtswortel te
vinden, zou men achtereenvolgens kunnen beproeven 51',
52% 53', enz.
Bedient men zich van een tafel, dan vindt men den derde-
machtswortel uit een getal op dezelfde wijze als den tweede-
machtswortel.
Dat men den derdemachtswortel uit een getal begeert te
kennen, komt voor, als men de lengte der ribbe van een
kubus wil bepalen uit den inhoud van dat lichaam. Eveneens
als men den straal van een bol uit zijn inhoud wil berekenen.