Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
no
Men begint met op te merken, dat een vierkant, waar-
van elke zijde 14 centimeter is, gelijk is aan een vierkant,
waarvan elke zijde 10 centimeter is, plus twee rechthoeken,
wier zijden 10 en 4 centimeter zijn, plus een vierkant,
waarvan elke zijde 4 centimeter is. Evenzoo met een paar
andere geheele getallen. Ook bij breuken kan men zeggen:
een vierkant, waarvan elke zijde centimeter is, is gelijk
aan een vierkant, waarvan elke zijde 7 centimeter is, plus
twee rechthoeken, wier zijden 7 en | centimeter zijn, plus
een vierkant, waarvan elke zijde ^ centimeter is.
Zij nu gevraagd, hoe groot de zijde van een vierkant is,
dat gelijk is aan 529 vierkante centimeter. Die zijde kan wel
20 centimeter bevatten maar geen 30. Construeert men nu
een vierkant, waarvan elke zijde 20 centimeter is, dan is
de oppervlakte van dat vierkant 400 centimeter, en dit
moet dus nog vermeerderd worden met 529 cM^ — 400
cM^ = 129 cMl Nu is 2 X 20 X 4 reeds meer dan 129,
zoodat de zijden van het voorgaand vierkant hoogstens met
3 centimeter kunnen vermeerderd worden. Vermeerdert
men de zijden van dat vierkant met 3 cM, dan wordt zijn
oppervlak vermeerderd met (2 X 20 X 3 + 9) cM^, dat is
met 129 cM^. De zijde van 't gevraagde vierkant is dus 23 cM.
Evenzoo met een paar andere geheele getallen en met
gemengde getallen.
§ 192. Men kan het trekken van den vierkantswortel uit
een getal vervangen door het opzoeken van dien wortel in
een tafel, waarin van de getallen van i tot 1000 zoowel de
vierkanten als de vierkantswortels voorkomen.
Zij gegeven, dat het oppervlak van een vierka^it 324 vier-
kante decimeters is en laat gevraagd worden naar de zijde
van dat vierkant.
In het tafeltje vindt men, dat de wortel van 324 achttien
is. De zijde van het vierkant is dus 18 decimeter.