Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
Men laat ook op deze wijze ribben opnoemen, die men
zelf met den vinger aanwijst.
Welke ribbe is gelegen tegenover de ribbe boven-rechts?
PUNTEN OF UITHOEKEN VAN DEN KUBUS.
7. IMen wijst aan, wat men een punt of uithoek noemt.
Welke punten zijn boven? Welke zijn voor.?
„ ,, „ boven-voor.?
Hoe kan men de twee punten onderscheiden, die boven-
voor zijn.? (boven-voor-rechts en boven-voor-links).
Welke punten zijn beneden-achter.?
Welk punt is beneden-achter-rechts?
„ „ ,, „ links?
,, ,, ,, ,, voor-rechts?
„ „ „ „ links?
Hoeveel punten zijn boven? Hoeveel beneden?
„ er in 't geheel?
„ ribben komen in één punt samen?
„ zijvlakken komen in één punt samen?
In hoeveel punten komt de ribbe, die voor-rechts is?
,, „ ,, ,, elke ribbe?
Hoeveel uithoeken zijn er aan één zijvlak?
Men laat de leerlingen punten opnoemen, die men zelf
aanwijst.
Noem de punten, die aan het achtervlak zijn.
Plaatst men den kubus zóó, dat een zijner uithoeken naar
boven is gekeerd, dan is een andere naar beneden gekeerd.
Die twee uithoeken zijn overstaande. Welk punt staat tegen-
over het punt, dat boven-voor-links is?
Deze oefeningen kan men willekeurig uitbreiden.
VLAKKE HOEKEN BIJ DEN KUBUS.
§ 8. Men wijst op een zijvlak van den kubus de vier
hoeken aan. Hoeveel zijn er in het bovenvlak? hoeveel in
het grondvlak? enz. Hoeveel in 't geheel?