Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
io6
het vierkant. Om den wortel uit 36 aan te duiden , schrijft
men y 36. Men geve meer voorbeelden en vrage : wat is
K25, 1/36, enz. Wanneer de leerling goed geoefend is in
het bepalen van den vierkantswortel uit zulke getallen, vrage
men naar den wortel uit een groot getal, zoodat het ant-
woord niet uit het hoofd kan worden bepaald. Hij verlangt
dan den weg te kennen, die hier tot het doel leidt.
§ 185. Tot hiertoe namen we steeds volkomen vierkanten.
Nu vrage men, wat de leerling weet van een vierkant,
waarvan het oppervlak 6 vierkante meter isIs de zijde 2
meter.? 3 meter.? Zoo komt de leerling tot de gevolgtrek-
king, dat een vierkant, waarvan het oppervlak 6 vierkante
meter is, eene zijde heeft, die meer is dan 2 en minder dan
3 meter. Evenzoo voor een aantal andere getallen, kleiner
dan 100.
§ 186. Voor men overgaat tot de vierkantsworteltrekking
uit grootere getallen, late men eerst goed opmerken, dat
30^ = 900, of dat het vierkant van 3 tientallen 9 honderd-
tallen is. Evenzoo voor 2, 5, 6, 7, 8 en 9 tientallen.
In de tweede plaats late men zien, hoe het vierkant ont-
staat uit den wortel. Bv. 169 heeft tot wortel 13, daar
13 X 13 = 169. Het getal 13 is gelijk aan 10 + 3. Uit dit
getal ontstaat de tweedemacht op de volgende wijze:
a. door de tient. in 't vierk. te brengen 10 X 10 = 100
b. door 2 maal het produkt van de tien-
tallen en de eenheden te nemen 2X loX 3= 60
c. door de eenh. in 't vierk. te brengen 3X3= 9
samen 13^ = 169
§ 187. Zij nu gevraagd, hoe groot de zijde is van een
kwadraat, welks oppervlak 100 vierkante decimeter is, 400
vierkante meter, 900, 1600, 2500, enz.
Zij gevraagd: hoe groot de zijde van het vierkant is, als
zijn oppervlak 256 vierkante decimeter is? Is de zijde 10
decimeter? Zij is grooter; want als de zijde 10 decimeter
was, zou het oppervlak slechts 100 vierkante decimeter zijn.