Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1894
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9068
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202208
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Vormleer (wiskunde), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de vormleer of aanschouwelijke meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
i 99
en is bij' den uitgever dezes ook afzonderlijk te verkrijgen.
Ik heb om de duidelijkheid te bevorderen, zoowel een recht
als een scheef driezijdig prisma laten nemen.
b. Vierzijdige piramide.
§ 170. Een vierzijdige piramide kan verdeeld worden in
twee driezijdige, die even hoog zijn als het eerste lichaam
en wier grondvlakken samen gelijk zijn aan het grondvlak
der vierzijdige piramide. De vierzijdige piramide en het
grondvlak zijn nu ieder in 2 deelen verdeeld. De inhoud
van het eerste wordt verkregen, door te nemen
'/s hoogte X eerste stuk grondvlak.
De inhoud van het tweede stuk is
Vs hoogte X tweede stuk grondvlak.
De inhoud der geheele piramide is dus
Va hoogte X (i^ stuk grondvlak + 2e stuk grondvlak)
of V, hoogte X grondvlak.
Opmerking. De vijfzijdige, zeszijdige piramide enz. kan
men op dezelfde wijze behandelen.
DE CILINDER OF RONDE ZUIL.
§ 171. Reeds vroeger is opgemerkt, dat dit lichaam be-
grensd wordt door twee cirkels en een gebogen vlak. In
het dagelijksch leven zien wij den cilinder in een kachelpijp,
houten emmers, het grootste deel van een kruik, de rol,
waarmee land geëffend wordt, zuilen in kerken en bij andere
gebouwen, gordijnstokken, geldstukken, enz. We onder-
scheiden bij den cilinder, evenals bij de vroeger beschouwde
zuilen, grondvlak, bovenvlak en hoogte. Om een cilinder
wordt een rechthoekig stuk papier gewonden, dat het ronde
oppervlak juist bedekt. Daarna wordt het van den cilinder
afgenomen en uitgestrekt tot een rechthoek. De leerlingen
merken op, dat de hoogte van dien rechthoek gelijk is aan
de hoogte van den cilinder en dat de grondlijn van dien