Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6 Eéffiè UgthféJen äer
5. .Vr. Maar ik dacht, dat de t zur dik*
Vlijh in hollandfche worden gebruikt werd, bij
•voorbeeld in kracht, licht en meer andere?
Ki Dat is ook zoöj maar dan gebruikt men
die als een deel van het letterteeken ch, en niet
dth eene c.
6. Vr. Hoe worden de overige letter's yef-dceld?
A. In zelfklinkers en in medeklinkers.
7. Vr. Hoe viel zelfklinkers zijn er?
A. Doorsaans noemt men er vijf, te weten
a, e, i, 0 en tu
8. Vr. Waarom noemt men die zelfklinkers?
A. Omdat ze uitgefproken kunnen worden zon-
der den klank van andere letters te laten hoorcn.
9. Vr. Is de\ ij óok geen bijzondere zelfkUnkir ?
A. Eigenlijk is zij niet anders dan eenc verlengde
of dubbele i, welke men oudtijds ook aldus fchreef
(« ); doch de tweede i wei-d naderhand, het zij
fieraadshalve, het zij om de dubbele i niet met
de « te verwarren, met een' langen fliaart gefchre-
ven. Db éigenlijke üitfpraak derhalve van de ij,
ivelke ook nog in fommigé ftreken van ons Va-
derland gehoord wonit, is die van eene verlengde
<rf dubbele i. Doch federt lang geeft men daar-
aan algemeen cenen klank, zeer na komende aan
dien van ei; weshalve de ij thans wel voor een'
tijzonderen zelfklinker mag doorgaan.
10. Vr. ^Fat kan men vm dit »tlßlinkers al
VftikcnX A.