Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HoUandfche Spraakkunst* 41
omflandigheden en betrekkingen aan te duiden,
y/aarin de ^naamwoorden door de werkwoorden
geplaatst worden, gelijk ook die, waarin onder-
fcheidene naamwoorden tot eikanderen liaan.
11. Yr. Noem er eens eenige?
A. in^ hij ^ tot ^ voor ^ van ^ aan enz.
12. Vr. Helder het geBridk der voorzet fels'eens
door voorhelden op? '
A. Zoo kan men zeggen, in de kerk, vóór
de deur, enz. maar hier behooren dan nog
werkwoorden bij, als: zitten en fiaan; bij voor-
beeld: ik zit in de kerk; — de woorden zitten
en kerk hebben nu die betrekking op elkander,
dat het zitten gerchicdc in en niet op de kerk
enz. — Zoo pok: ik fta voor de deur; hkr heb-
ben de woorden ftam ert deur ook. weer be-
trekking op elkander, namelijk dat het liaan ge-
fchiedc yoor en niet achter dc deur. — Zoo ook:
liefde tot God ^ zucht tot het kven^ kinderen uit
de buurt enz.
13. Vr. IVorden de voor zet fels ook met andere
morden zamengefleld ?
A. Ja, met zelfftandige naamwbrffden en werk-
wooi-deh, als: voorfpoed, tegenfpoed^ zametde*
ving^ overhouden ^\yQOry^eudcn ^ voorz/&n, onder*
yragen enz,
14. Vr. Plaatst men de voorzetfch altijd voor
de yfcrhmrdtn?
' C 5 A.