Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4« • Eerßa beginfekn der
A. AI, ieder, elk, veel, menig, weinig,
eenig, enz.
5. Vr. IFat zijn bijwoorden?
A. Die de hoedanigheid uitdrukken van de
werking, door werkwoorden uitgedrukt.
6. Vr JVat drukken zij nog meer uit?
A. Eene nadere bepaling van de bijvoegelljke
naamwoorden.
7. Vr. Helder het een en ander met vcorbeel-
d*n op.
A. Wanneer ik zeg: die man fpreekt duide-
lijk, dan geeft het woord duidelijk te kennen
hoe die man fpreekt, en is dus een bijwoord.
8. Vr. Nu het andere.
A. Zoo is het woord zeer c^k een bijwoord.,
als ik zeg: eene zeer goede vrouw. Hier is
het woord goede bijvoegelijk, en het woord
zeer geeft van dat bijvoegelijk naamwoord eene
nadere bepaling en is dus ook een bijwoord.
9. Vr. Hoe velerlei bijwoorden zijn er ?
A. Verfcheidene foorten, namelijk bijwoorden
van plaats, als: hier, daar, ginds, — bijwoor-
den van tijd, als: gisteren, heden, morgen, enz.
en verfcheidene andere.
ïo. Vr. fFat zijn voorzetfcls.
A. Dat zijn woorden, welke bij de naam-
borden en werkwoorden gevoegd worden, um,
sis eerlte met 'de laatite tc verbinic/i, en de
V . . , . ... '