Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page

Eerße hcginfehn dir
V IJ F T I Ë N D E LES.
Vr. Fsrvoeg mi eens het onzijdige tverkmorJ
rekenen. /.
A. Aantoonende wijSi
Tegenv. tijd.
Ik reken.
Gij rekent.
Hij rekent.
Wij rekenen.
Gij rekent.
2ij rekenen.
Onvolm. vcrl. tijd.
Ik rekende.
Gij rekcndet.
Hij rekende.
Wij rekenden.
G^rekendet.
Zij rekenden.
Voltn. verled. tijd*
Ik heb
Gij hebt
Wij heeft
■\Vij hebben
Gij hebt
Zij hebben
Meer dan yohn. virl. tijd.
Ik had
Gij hadt
Hij had. Vgerckcnd.
Wij liadden '
Gij hadt
Zij liadden
Toek. tijd*
Ik ral
Gij zult
Hij za:l rekenen-.
Wij zullen
Gij zult
Zij zullen
^gerekend.
Gebiedende wijs-
Enkelvoudig.
Reken.
Meervoudig»
Rekent.
Aan-