Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Eerfle heginfelen der
Aanvoegende 'wijs.
Te^emVöor^ige tijd. Onvolm. tij(K
Opdat ik zie. Dat ik zoude
Opdat gij ziet'. Dat gij zoudet
Opdat h'ij zie. , Dat hij zoude
Opdat vvij zien-. Dat wij zouden
Opdat gij ziet. bat gij zoudet
Opdat zij icien. . Dat zij zouden
Otriolnï. verled, iijd-. Deelvoorden-,
bat ik zagei Ziende
Dat gij iagetr-^^ en
Dat hij zdge. Gezienk
Dit wij zagem
Dat gij zaget.
■ Dat zij zagen.
ziai.
VEERÏIËNDÉ LES.
V^. V'erywg nu ttns het lijdende werhvoord Bé^ ■
öiitid worden.
A» Aantoonende wijS.
Ttgemmrélge iijd>
Ik word
Gij Wordt
Hij Wordt.
Wij worden
Gij wordt
Zij wprdien
berhind.
Oiivolm. verkd. tijd.
Ik werd "j
Gij werdfc ƒ
Iii| werd
Wij werden
Gij werdt
Zij werden
betiiindiil
P'otmA