Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Äft- Eerß& beginjtkn der
A. Grooter^ kleiner^ langer^ korter^ heeter^
'kouder^ goedkooper^ enz.
12. Vr. Nu eens eenige in den -overtreffenden
trap.
A. Grootst^ kleinst langst ^ kortst ^ enz.
ACHTSTE LES,
i. Vr, TFat zijn voornaamwcorden ?
A- Voornaamwoorden zijn woorden, dis a-oor
of in plaats van de zelffianuige naamwoorden
gebruikt worden.
£». Vr. Hoe velerlei voornaamwoorden zijner?
A. Zesderlei^ te weten:
i. Persoonlijke voornaamwoorden,
a. Wederkeerende---
3. Bezittelijke -^----
4. Vragende----
5. Aanwijzende----
cn 6. Betrekkelijke----
3, Vr. Noem eens eernge perfoonlijke vöornaa?n-*
moriletu
A.' g^j htj^ mij ^ u^ ynj^ zij ^ enz.
. 4, Vr. Nu eens eenige wederkeerende.
A. ^ich^ zijn ^ haar ^ hun^ enz.
Sf Yu Nu csm unige bezittdijke.
A,