Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HoUandfche Spraakkunst. tj
Haat dus hier in den tweeden naamval. Zoo kan
ik zeggen: geef dit geld aan den man of aan
hem; man flaat dan in den derden naamval.
Eindelijk kan ik zeggen: ik acht den man of
ilf acht hem; hier ftaat man in den vierden naam-
val.
13. Vr. Maar in plaats van zelfftandige haafn-
woorden van het vroumlijke geftacht, kan ik tóch
de woorden hij en van hem enz. niet gebruiken?
A. Dat Is zoo, maar dan kunt gij de woorden
zij, van haar^ aan haar en haar, daarvoor
nemen, — en dus ook aanftonds weten in wel-
ken naamval het zelfftandig naamwoord ftaat.
ZESDE LES^
1. Vf. Wat zijn lidwoorden?
A. Dat zijn woorden, ,die eene zaak algemeeü
of bepaald voorftellen.
2. vf.- Helder dit eens met een voorbeeld op,
A. Als ik zeg: daar gaat een jonge heer, dan
weet men niet zeker wie hef is; dit" wordt ge-
noemd in het algemeen te fpreken; maar als ik
zeg: daar gaat de jonge heer, dan onderftel ik
dat men weet wie het is, eri dan noemt meil.
dit bepaald te fpreken.
B é. Vti