Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
|/f> Ecrfic b(^infeUn dtr
V IJ F D E LES,
1. Vr. Hoe veel getallen zijn er bij '4e zelf-
flandige naamwoorden?
A. Twee, te weten het enkelvoudige getal en
bet meervoudige getal.
2. Vr.' Wanneer jiaat een zelfjtandig naam-
•noord in het enkelvQudige getal?
A. Als men maar van één ding fpreekt , bi]
voorbeeld: d* tafel, een man enz.
3. Vr. Jls ik dan zegs ik zie mijne pen, ftaat
pen dan in het enkelvoudige getal? \
A. Ja, maar als gij zeidet: ik zie rnjne pen-
nen, dan Haat het woord pennen in het meer-
voudige getal.
4. Vr. Wel begrepen l Maar het woord heelal,
Paat dat in het enkelvoud of in het meervoud?
A. In het enkelvoudige getal, en hier is geen
meervoudig getal van te maken, wijl men niet
giggen kan de heelallen.
5. Vr. Wat zijn naamvallen?
A. De verfchillende omftaudigheden, waarin
de zelfftandige naamwoorden voorkomen.
6. Vr, Hoe veel naamvallen zijn er?
A. Vier, te weten de eerlie, dc uveede, de
derde en de vierde naamval. )
7'.