Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
23. A, B en C hebben gemeenschappelijk handel gedreven eu
tot dat einde eenig geld bijeen gelegd. A heeft voor den tijd
van 8 maanden 7500 gulden ingelegd; —B 4800 gulden voor
7 y^ maand, en C zekere som voor den tijd van 10 maanden. Van
de 2000 gulden, die zij met den handel gewonnen hebben, heeft
A 750 gulden ontvangen. Hoe veel gulden kwam B van de
winst toe, en hoe groot was de inleg van C?
24. Twaalf jongens en 25 mannen hebben aan zeker werk
te zamen 450 gulden verdiend. Indien 3 mannen en 4 jongens
juist 70 gulden verdiend hebben, hoe veel dagen zijn dan de
mannen en jongens ieder in 't bijzonder aan 't werk geweest, zoo
ieder van de mannen dagelijks 1'% gulden — en ieder van
de jongens per dag 12'/2 stuiver verdiend heeft?
25. Van zekere meetkundige evenredigheid is 't verschil
tusschen den eersten en tweeden term 22'/^, terwijl de
derde term tot den vierden staat als 1 tot 4. Hoe veel
bedraagt de som der termen van deze evenredigheid, zoo de
eerste term 26% maal in den vierden bevat is?
26. Tegen hoe veel percent in 't jaar moet 6400 gulden op
rente uitgezet worden, om in 7 J/j niaand even veel intrest op te
brengen als 6000 gulden, tegen 4/2 percent in 'tjaar, in 6y3
maand ?
27. Van zekere som gelds is 't vierde deel en 250 gul-
den even veel als 'tderd e deel en 125 gulden. Hoe veel rente
kan de bedoelde som, tegen 5 percent in 't jaar, in 9 maan-
den opbrengen?
28. Voor l'/2 pond thee en 2/2 pond suiker betaalde vrouw
Bloem 5 gulden en 62'% cent, en hare buurvrouw voor 2'%
pond thee en 1'% pond suiker 1 y^ gulden m e e r. Hoe veel
gulden kostte 4 pond thee meer dan 5 pond suiker?
29. A, B en C hebben zekere som op de volgende wijze
onder elkander verdeeld. A heeft ontvangen het vijfde deel
en 120 gulden; — B het vierde deel en 200 gulden, en C