Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
7. Van 2 getallen, die tot elkander staan als 7% 'ot 20,
is 't viervoud van 'tkleinste 2500 meer dan 't vierde
deel van 'tgrootste. Welk is 't product der bedoelde ge-
tallen?
8. Als iemand een stuk laken voor 150 gulden verkoopt,
dan verliest hij juist 20 percent of 15 stuivers per el.
Tegen welken prijs moet hij de el verkoopen, om 12 percent
te winnen?
9. Een stuk land, dat even lang als breed is, heeft een
omtrek van 2500 ellen. Indien dit land verkocht wordt te-
gen 22 % cent de 6 % vierkante el, hoe veel gulden moet de
kooper er dan voor betalen ?
10. Iemand had 350 rijksdaalders, waarvan hij zóó vele in
guldens verwisselde, dat hij even veel rijksdaalders over
hield als hij guldens bekwam. Hoe veel rijksdaalders heeft
hij verwisseld? ^
11. Als een winkelier 250 pond thee voor 525 gulden ver-
koopt, dan verliest hij 12'/^ percent. Tegen welken prijs
moet hij het pond verkoopen, om 8 V^ percent te winnen?
12. Acht mannen en 7 vrouwen hebben 2050 gulden zooda-
nig onder elkander te verdeden, dat ieder van de mannen
een rijksdaalder bekomt tegen iedere vrouw 3 gulden. Hoe
veel gulden komt ieder van de mannen en vrouwen toe?
13. A , B en C hebben 2500 gulden zoodanig te deelen,
dat A 3 % gulden bekomt tegen B en C t e zamen een rijks-
daalder. Hoe veel gulden komt ieder toe, indien B 1 % gulden
moet hebben tegen C 3 kwartguldens?
14. Toen de prijs van 12'4 el linnen en 20 el katoen
13 gulden was, moest men voor 25 el katoen en 15 el lin-
nen 15% gulden betalen. Bereken nu eens, hoeveel cents de
eene stof per el meer kostte dan de andere.
15. Onder 20 meisjes en 25 jongens moeten 200 noten zóó
verdeeld worden, dat 5 meisjes en 5 jongens te zamen zóó