Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
hoe lang moeten (lau 12 arbeiders werken, om 75 rijksdaalders
te verdienen?
19. Als men van zekere som gelds het derde deel en 10
gulden uitgeeft, dan houdt men nog juist het vijfde deel en
10 rijksdaalders over. Men vraagt naar de bedoelde som gelds.
20. Als men zeker getal met Sy^ vermenigvuldigt, dan is
't product 2025. Welk quotient bekomt men, als men
't bedoelde getal door deelt ?
21. Van 3 getallen, die tot elkander staan als 3, 8 en 15, is
'tgrootste 100 meer dan de beide anderen te zamen.
Welke zijn de bedoelde getallen?
22. Willem verdient in 4 dagen even veel als Jan in 5, en
deze in 4 dagen even veel als Klaas in 3. Hoe veel gulden
verdienen zij in 25 dagen te zamen, zoo Willem in 2^2 ^Vt
gulden verdient ?
23. Van zekere breuk zijn telleren noemer tezamen 400.
Indien men van den teller 25 aftrekt, en bij den noemer
25 optelt, dan is de waarde der breuk = Welke breuk
wordt hier bedoeld ?
24. Als 1575 gulden in 8 maanden 52 5/2 gulden rente op-
brengt, hoe veel rijksdaalders intrest kan dan 8400 gulden in
9 maanden opbrengen ?
25. Zekere som gelds werd onder A, B en C zoo verdeeld,
dat A 3 gulden bekwam tegen B 4, en deze 5 tegen C 6. Hoe
veel gulden hebben B en C ieder ontvangen, als A 750 gulden
ontvangen heeft?
26. A en B handelden te zamen. Van de winst ontving A
3% gulden tegen B 2rijksdaalder. Hoe veel gulden heeft
ieder van de winst gekregen, als A 62^2 gulden min der ont-
vangen heeft dan B?
27. Jan heeft 225, en Hendrik 125 gulden. Jan verdient
wekelijks Sy^ gulden meer dan hij uitgeeft. Wanneer zul-
len zij even veel hebben, zoo Hendrik wekelijks QV^ gulden
overhoudt?
28. Tegen percent in 'tjaar brengt zeker kapitaal in