Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
284. A, B en C hebben ieder eenig geld, doch B heeft 3
maal zoo veel als A, en C 500 gulden minder dan A en B te
zamen. Hoe veel gulden heeft ieder, als A en C te zaraen 1375
gulden hebben ?
285. Eene fruitvrouw kocht eene raand vol pruiraen voor
ly^ gulden. Het y^ gedeelte en 150 verkocht zij, met eene
winst van 60 percent, voor ly^ gulden. Hoe veel pruimen
waren er in die mand ?
286. Een wijnhandelaar heeft 2 soorten van wijn, nl. van 75
gulden het vat en van 11 stuivers de kan. Hoe veel kan van
de goedkoopste soort moet hij onder IV^ vat van de duur-
ste soort mengen, om wijn te bekomen, die per vat 70 gul-
den kost?
287. Een rentenier gaf aan A zeker kapitaal ter leen, tegen
5 percent in 'tjaar, en aan B 500 gulden meer, tegen 4 per-
cent in 'tjaar. Indien A jaarlijks even veel intrest moest be-
talen als B, hoe groot was dan ieders kapitaal ?
288. Een koetsier verhuurde zich bij een heer, onder voor-
waarde, dat hij —• boven kost en inwoning — 106 gulden en
een pak kleêren 'sjaars zoude verdienen. Na 3 maanden ver-
trok de koetsier, en ontving toen juist 11 gulden minder dan
't pak kleêren zou moeten kosten. Bereken nu eens, op welke
waarde 't pak kleêren gerekend is.
289. A en B hadden ieder eenig geld in den zak, doch A 6 y^
gulden meer dan B. — B kocht 3 el laken, en hield 6 V^ gulden
over, terwijl A 5 el laken van 't zelfde stuk kocht, dat hij
juist kon betalen. Hoe veel gulden had ieder in den zak?
290. Van eene partij boekweit, ingekocht tegen 180 gulden
het last, werd het derde deel verkocht tegen 6 J/^ en de rest
tegen gulden de mud, waardoor de winst juist zoo veel
gulden was als de intrest van 4000 gulden, tegen Sy^ per-
cent in 'tjaar, in maand bedraagt. Uit hoe veel veel last
bestond de partij ?
291. Een rentenier had 2 sommen op rente uitstaan, name-
lijk de eene tegen 4^^ en de andere, die 800 gulden grooter