Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
voud van 'tkleinste even veel als 't acht ste deel van
t grootste. Welke getallen worden hier bedoeld?
276. Iemand kocht een stuk laken tegen 6 gulden de el. Het
vierde deel er van verkocht hij tegen 6% en de rest tegen 6%
gulden de el, waardoor zijne winst juist 18 gulden en 12 V2
cent bedroeg. Hoe lang was het stuk?
277. Eene som van 7000 gulden moet onder A, B en C zoo
verdeeld worden, dat B 3 gulden bekomt tegen A 2, terwijl C
2 % maal zoo veel moet hebben als A en B te zamen, en nog
500 gulden bovendien. Hoe veel gulden komt ieder van de
genoemde som toe?
278. Er is eene breuk, waarvan teller en noemer te zamen 74
zijn. Indien men teller en noemer ieder met één vermindert, dan
is de breuk gelijk aan Welke breuk wordt hier bedoeld?
279. A en B hebben zekere som gelds zoo onder elkander
verdeeld, dat A 450 gulden meer bekwam dan de helft. Hoe
veel gulden heeft ieder ontvangen, als B 7 gulden ontvangen
heeft tegen A 10?
280. Iemand had 140 rijksdaalders, waarvan hij zoo veel in
guldens verwisselde, dat hij evenveel van de laatst ge-
noemde geldstukkeu ontving als hij van de eerstgenoemde
over hield. Hoe veel rijksdaalders heeft hij verwisseld ?
281. Vijftien pond rijst staat in prijs gelijk met 1 pond thee,
en 3 pond thee kost 1 y^ gulden meer dan 25 pond rijst. Hoe
veel gulden kosten nu 2 % pond thee en 15 pond rijst te zamen?
282. Iemand gaf voor eenige jaren van zeker geldstuk het
% deel der waarde en 12 I4 stuiver uit, waarna hij nog juist
3 gulden en 12% cent overhield. Welke waarde had het be-
doelde geldstuk?
283. Een rentenier leende aan A zekere som gelds tegen 4
percent in 'tjaar, en aan B 5000 gulden tegen 5 percent in
'tjaar. Indien A en B te zamen 225 rijksdaalders intrest be-
taald hebben, en B zijn kapitaal 9 maanden ter leen gehad
heeft, hoe groot was dan het kapitaal van A, dat 1% maal
zoo lang op intrest uitgestaan heeft als dat van B?