Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9. Een logementhouder heeft eene zaal, die 40 el in om-
trek is. Hoe groot is die zaal, als hare lengte en wijdte tot
elkander staan als 6 tot 3 ?
10. Van 60^ el linnen kocht vrouw Haak het y^ gedeelte
en sy^^ el, tegen 2'/^ gulden de 3% el. Hoe veel kwartgul-
dens kon zij terug ontvangen, als zij 12 rijksdaalders in beta-
ling gegeven heeft?
11. Eene som van 150 gulden moet onder Klaas en Willem
zóó verdeeld worden, dat Klaas van elke 12'// gulden 3'/^
gulden meer bekomt dan Willem. Hoe veel gulden komt
ieder toe ?
12. Een schipper kocht 125 mud Zeeuwsche aardappelen
tegen 12'/^ gulden de 2 54 mud, en verkocht ze tegen 9 gul-
den en 37 y2 "en' de anderhalve mud. Hoe veel gulden won
hij er op?
13. A heeft 3 maal zoo veel guldens als B rijksdaal-
ders, en te zamen hebben zij 600 van de genoemde geldstuk-
ken. Indien A zijne guldens in r ij ksd aa 1 der s, en B zijne
rijksdaalsders in guldens verwisselt, hoe veel geldstukken
hebben zij dan te zamen?
14. Een kapitaal, dat tegen 4'/2 percent in 'tjaar op intrest
uitstond, bragt in 9 maanden 118 gulden en 12'/2 ceut rente
op. Hoe groot was dat kapitaal ?
15. Toen men van zekere som gelds het % gedeelte en
6'/^ gulden had uitgegeven, was er nog juist het achtste
deel en 9% gulden over. Hoe groot was de bedoelde som?
16. Als men zeker getal door 3% deelt, dan bekomt men
tot quotient den grootsten gemeenen deeler van 160,
224 en 512. Welk product bekomt men, als men 't bedoelde
getal met 6'/^ vermenigvuldigt?
17. A en B handelden in compagnie. A zette in den han-
del 4300 gulden voor den tijd van 7'4 maand en B 3750 gul-
den voor 8 maanden. Hoe veel kwam ieder van de winst toe,
die 159% gulden was?
18. Als vijftien arbeiders in 8 dagen 150 gulden verdienen,