Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
en B 4'% gulden. Indien A per week 4% en B 3% gulden
uitgeeft, wanneer zullen zij dan even veel hebben ?
232. Als een winkelier een stuk linnen, dat 75 el lang is,
tegen 1 gulden de 2 V^ el verkoopt, dan verliest hij juist 4
percent. Tegen welken prijs per el moet hij het stuk verkoo-
pen, om er 5% gulden op te winnen?
233. Iemand zette voor den tijd van 9 maanden zoo veel
gulden op intrest uit als 't kleinste gemeene veelvoud is van
15, 40, 75, 160 en 375. Tegen hoe veel percent in 'tjaar
stond dat kapitaal uit, als de rente 337% gulden bedroeg?
234. Een winkelier kocht eene rol linnen, die 75 el lang
was, tegen 2 % gulden de 6 V^ el. Indien hij de 7 el tegen
3% gulden verkocht heeft, hoe veel el katoen, van 37cent
de anderhalve el, kon hij dan koopen voor 't geld, dat hij op
't linnen won ?
235. Eene waarde van 10 gulden moet onder 25 jongens en
20 meisjes zóó verdeeld worden, dat 5 jongens en 6 meisjes
3 y^ gulden bekomen. Hoe veel cents komt ieder van de jon-
gens en meisjes toe?
236. Als 20 jongens en 15 mannen in 5 dagen 162 gulden
verdienen, hoe veel gulden verdienen dan 20 mannen en 15
jongens in 7 Vj dag, indien men rekent, dat 5 jongens dage-
lijks even veel verdienen als 3 mannen?
237. A en B verruilden haver en boekweit tegen elkander
onder gelijke voorwaarden. De marktprijs van de haver was 3
gulden en 20 cents, en van de boekweit 4 gulden en 80 cents
per mud. Indien A aan B juist één last haver verruild heeft,
zonder eenig geld toe te geven of te ontvangen, hoe
veel mud boekweit heeft hij daarvoor dan van B inge-
ruild, zoo hij de mud haver in ruiling op 3%^ gulden gesteld
heeft?
238. .\ls men zeker getal met 4 vermenigvuldigt en bij 't
product 50 optelt, dan bekomt men't kleinste gemeene veel-
voud van 25, 37 en 60. Welk getal wordt hier bedoeld?
239. Van zeker kapitaal is 't % gedeelte en 900 guldon