Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
in 't bijzonder ontvangen, als zij te zamen 1375 gulden
rente in 'tjaar moesten betalen?
217. In eene fabriek werken 2 5 mannen, 15 vrouwen en
12 jongens, die te zamen 298 gulden en 20 cents in de
week verdienen. Hoe veel verdient ieder in de week, als 3 man-
nen met 5 vrouwen, en 4 vrouwen met 5 jongens gelijk staan ?
218. A, B en C hebben te zamen 450 gulden in de spaar-
bank, doch B 50 gulden meer dan A. Indien A er 15 , B
25 en C 50 gulden uithaalt, dan heeft C alleen er nog 40
gulden meer in dan A en B te zamen. Hoeveel gulden
heeft ieder in de spaarbank ?
219. Een winkelier kocht koffij en thee, tezamen 1625 pond,
doch 3 maal zoo veel onsen thee als ponden koffij, en be-
taalde in 't geheel 7 50 rijksdaalders. Hoeveel gulden kostten
4 pond thee en 20 pond koffij te zamen, als poud thee
in prijs gelijk stond met 5 pond koffij ?
220. Iemand kocht eenige even zware kazen voor 56V^
gulden, en bevond, dat 5 kazen zoo veel onder de 15 gul-
den kostten als 15 kazen boven de 30 gulden. Hoe veel kazen
kocht hij?
221. A, B en C handelen in compagnie met 5000 gulden.
De inleg van A staat tot dien van B als 2*4 ^n
die van B tot dien van C als IV^ tot 2J4. Indien zij met dien
handel 7 percent winnen, hoe veel komt dan ieder van de
winst toe ?
222. Yan zekere breuk zijn teller en noemer te zamen 42.
Indien men den teller met 2 vermindert en bij den
noemer 5 optelt, dan is de waarde der nieuwe breuk
Welke breuk wordt hier bedoeld ?
223. Als men zeker getal door 3y^ deelt, dan bekomt men
tot quotient het kleinste gemeene veelvoud van
5 en 6/3. Welk getal bekomt men, als men 't bedoelde getal
met 6/3 vermenigvuldigt?
224. Een winkelier kocht 625 pond thee en betaalde die
alleen met rijksdaalders. Indien hij er nog 125 pond bij ge-