Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
en 25 is, door 96 deelt, dan is de rest der deeling 3
minderdan 'tkleinste gemeene veelvoud van 12^2»
15 en 18%. Men vraagt naar 'tkleinste getal, dat hier
bedoeld kan worden.
209. Een heer en zijn bediende verschillen 20 jaar in ouder-
dom, en zoo zij beiden nog 9 jaar leven, dan staan de jaren
van den heer tot die van zijn bediende als 3 tot 2. Men vraagt
naar ieders ouderdom.
210. Jan verdient in 3 dagen even veel als Willem in 4,
en deze in 5 zoo veel als Karei in 6. Indien Willem in 25
dagen ISy^ gulden verdient, hoe veel gulden verdienen dan
Jan en Karei in 10 dagen te zamen?
211. Een vlug leerling werd door zijn ouderwijzer opgegeven,
om y^y % en ^o onderden kleinsten gemeenen tel-
ler te brengen, en daarna de som der nieuwe noemers door
't gedurig product der opgegeven tellers te deelen.
Welk getal moest de leerling tot quotient bekomen?
212. Als men alle getallen, die met de grootste 4 onevene
cyfers gemaakt kunnen worden, bij elkander optelt, welk getal
bekomt men dan?
213. Een boer verkocht in éénen koop 20 vette lammeren,
onder voorwaarde, dat hij voor 'teerste lam zoude ontvan-
gen 15 stuivers, en voor ieder volgend lam 10 stuivers meer
dan voor 't v o o r ga a n d e. Bereken eens op de kortste wijze,
hoe veel gulden de boer voor de lammeren ontvangen heeft.
214. Er zijn 3 getallen, die te zamen 350 zijn. Het eerste
staat tot het tweede als 2 tot 3 , en het tweede tot het
derde als 4 tot 5. Men vraagt naar 'tkleinste getal,
waarin de bedoelde getallen, zonder overschot, gedeeld
kunnen worden.
215. Bereken op de kortste wijze de som van alle getallen
beneden 1001, die door 8 deelbaar zijn.
216. Iemand erfde een kapitaal, dat hij bij B en C op intrest
uitzette. B ontving het % gedeelte tegen 6'% en C de rest
tegen 5 percent in 't jaar. Hoe veel gulden hebben B en C ieder