Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
rekenen, wanneer zij even veel zullen bezitten, in aanmerking
nemende, dat A jaarlyks 1250 en B 750 gulden verteert?
201. Eene erfenis moest onder 4 personen, die wij A, B, C
en D zullen noemen, zóó verdeeld worden, dat A V^^, B V3
en C y^Q bekwam tegen D Deze verdeeling werd verkeerd
opgevat, en men gaf D het zesde deel van de erfenis, waar-
door hij 325 gulden minder ontving dan hij te vorderen had.
Hoe groot was die erfenis ?
202. Koopman Zwaan kocht een stuk laken tegen 3% gul-
den de el. Het vierde deel er van verkocht hij tegen 4 gul-
den de el, en de rest met eene winst van ISJ/g percent voor
159 gulden en 37'/^ cent. a) Hoe lang was het stuk, en è)
hoe veel gulden werd er op gewonnen?
203. Van 2 getallen, die tot elkander staan als 9 tot 16,
is 'tvierde deel van 't grootste 25 meer dan't de r de deel
van 't kleinste. Welk is 't product der bedoelde getallen ?
204. Als men zeker getal door 5, 7, 9 of 16 deelt, dan
gaat de deeling juist op, doch deelt men het bedoelde getal door
75, dan is de rest der deeling 60. Welk getal kan dit op
't minst zijn?
205. Van 2 getallen, die tot elkander staan als
3%
tot
5 -ey,'
is 't verschil gelijk aan den grootsten gemeenen deeler
van 135, 240 en 375. Men vraagt naar 't kl einste gemeen e
veelvoud der bedoelde getallen.
206. Van zekere meetk. evenredigheid staan de eerste en
tweede term tot elkander als 3 tot 5, terwijl de som der
andere termen 160 is. Indien de tweede term 254
in den iaatsten bevat is, welke is dan die evenredigheid ?
207. Drie kooplieden, die wij A, B en C zullen noemen,
hebben met gemeensehappelijken handel gewonnen 1000 gul-
den. Hoe veel gulden had ieder van de winst te ontvangen,
als B 125 gulden meer dan A, en C 250 gulden meer dan
A en B te zamen toekwam?
208. Als men zeker getal, dat een veelvoud van 8, 15