Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
3 gulden en 15 stuivers meer bekomen dan de jongens. Hoe
veel gulden komt ieder van de mannen en jongens toe?
184. A, B en C hebben met gemeenschappelijken handel
gewonnen 3500 gulden, waarvan A 250 gulden meer toekomt
dan B. Hoe veel gulden komt ieder van de winst toe, als C
500 gulden meer toekomt dan A en B te zamen ?
185. Een koopman heeft 3 stukken laken, die 6V^ el in
lengte verschillen, 't KI eins te stuk kost per el 6%, en 't
grootste 5 gulden. Hoe lang is elk stuk, als ze te zamen
441 gulden kosten?
186. Een wijnhandelaar moet afleveren 75 vaten wijn van
60 gulden het vat; doch daar hij van dezen prijs geen wijn
heeft, mengt hij onder elkander 15 vaten van 72 gulden het
vat, en 25 vaten van 64 gulden het vat. Van welken prijs per
vat moet hij onder deze soorten mengen, om zijn doel te be-
reiken ?
187. A en B hebben te zamen 375 gulden. Als A 25, en
B 50 gulden uitgeeft, dan houdt A half zoo veel over als B.
Hoe veel gulden heeft ieder?
188. Vijf mud boekweit kost 1% gulden meer dan 4 mud
rogge, en 5 mud rogge kost 12'/2 gulden meer dan 4 mud
boekweit. Hoe veel gulden kosten 5 mud rogge en 6 mud
boekweit te zamen ?
189. Een graanhandelaar kocht eene partij rogge tegen 225
gulden het last, en betaalde met 500 rijksdaalders en 1maal zoo
veel guldens als er mudden waren. Uit hoe veel last bestond
die partij ?
190. Als men 610,33 — geschreven in 'tviertallig stel-
sel — in ons talstelsel overbrengt, welk getal bekomt men dan?
191. Twee broeders, die 110% mijl van elkander wonen,
reizen elkander te gemoet. De jongste vordert 18 mijlen in 3%
uur en de oudste 9% mijl in 1% uur. Indien zij des morgens
te 3% uur vertrekken, op welk uur van den dag zullen zij
elkander dan ontmoeten ?
192. Als men zeker kapitaal tegen 6percent in 't jaar op