Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
A koopt 2 zoo veel ponden als B. De thee van A kost
per pond 2'/^, en die van B gulden. Hoe veel pond koopt
ieder?
175. Vijftien el linnen kost 15 stuivers minder dan 30
el katoen, en 15 el katoen 15 stuivers minder dan 10 el
linnen. Hoe veel stuivers kost de el van iedere stof in 't bij-
zonder?
176. Twee balen rijst, van 15 cents het pond, kosten te
zamen 4iy^ gulden. Hoe zwaar weegt iedere baal, als de eene
gulden meer kost dan de andere?
177. Een boer verkocht van zijne lammeren het vierde deel
en 10, waarna hij nog juist het derde deel en 15 overhield.
Hoe veel lammeren verkocht de boer?
178. Als 20 timmerlieden in 15 dagen 375 gulden verdie-
nen, ä) hoe veel rijksdaalders verdienen dan 12 timmerlieden in
12y2 dag, en Ä) hoe lang moeten dan 5 timmerlieden werken,
om 156 gulden te verdienen?
179. Hendrik heeft 12 y^ gulden meer in de spaarbank dan
Jan, en Jacobus 25 gulden meer dan Jan en Hendrik te za-
men. Hoe veel gulden heeft ieder in de spaarbank, als zij er
te zamen 125 gulden in hebben?
180. Van 2 getallen, die tot elkander staan als 2y2 tot
11 , is 't vijfvoud van 't kleinste 556'/^ meer dan 't achtste
deel van 't grootste. Welk is 't product der bedoelde getallen ?
181. A, B en C handelden in compagnie met 28 875 gul-
den. A heeft tot dien handel bijgedragen 1125 gulden meer dan
B, en C 1125 gulden meer dan A en B te zamen. Hoe
veel kwam ieder van de winst toe, als zij 15 maanden gehan-
deld en 6 percent in 'tjaar gewonnen hebben ?
182. A en B koopen thee, en wel ieder even veel ponden.
A koopt de thee tegen 6^ gulden de 2'/^ pond, en B de 3%
pond tegen 11 gulden en 25 cents. Hoe veel pond koopt ieder,
als B 125 rijksdaalders meer moet betalen dan A?
183. Onder 15 mannen en 20 jongens moet 375 gulden
zóó verdeeld worden, dat de mannen van elke isy^ gulden