Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
103. Van 2 getallen, die QbV^ verschillen, is de som 90%.
Welk quotient bekomt men, als men 'tgrootste door 't klein-
ste deelt?
104. Een stuk laken, dat 50 el lang was, werd verkocht
voor 337/2 gulden, waardoor er zoo veel gewonnen werd, als
6 el en 2/2 palm bij inkoop kostte. Men vraagt naar de winst
per el.
105. A , B en C handelden in compagnie en bragten tot
dat einde eenig geld bij eeu. A en B droegen tot dien handel
bij 3750 gulden, B en C 5250 gulden, en A en C 4500 gul-
den. Hoe veel gulden heeft ieder gewonnen, als C van de
winst 90 gulden meer ontvangen heeft dan B?
106. Eene partij tabak, ingekocht tegen 3 gulden de 4 pond,
werd met eene winst van 15 rijksdaalders verkocht, tegen 4
gulden de 5 pond. Hoe zwaar woog die partij?
107. Onder 9 mannen en 6 vrouwen moet 600 gulden zoo
verdeeld worden, dat 4 mannen en 2 vrouwen te zamen 250
gulden bekomen. Hoe veel gulden komt ieder van de mannen
en vrouwen toe?
108. Van zekere breuk zijn teller en noemer te zamen 30.
Als men den teller met 8 vermeerdert en den noemer met 3
vermindert, dan is de waarde der breuk Welke breuk wordt
hier bedoeld ?
109. Als de el laken voor 4 gulden en 37/2 '^eut verkocht
wordt, dan is 't verl ies juist 12/2 percent. Voor hoe veel
gulden moet men de el verkoopen, om 7 J/^ percent te winnen ?
110. Zeker gebouw kan door 25 timmerlieden in 16 weken
gemaakt worden, als zij wekelijks 6 dagen en dagelijks 12J4
uur werken. Hoe lang zullen 20 zulke timmerlieden er werk
aan hebben, indien zij wekelijks ook 6 dagen, doch dagelijks
15 uren werken?
111. A, B en C hebben te zamen 450 gulden, doch B heeft
50 gulden meer dan C, en A 125 gulden meer dan B. Hoe
veel gulden heeft ieder ?
112. Als men zeker getal met 3/2 vermenigvuldigt, dan