Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
Hoe veel pond van de goedkoopste soort heeft hij tot de men-
ging gebruikt ?
48. Onder 4 jongens en 5 meisjes moeten 600 centen zóó
verdeeld worden, dat 3 jongens en 2 meisjes 345 bekomen. Hoe
veel centen moet ieder van de jongens en meisjes hebben?
49. Jan heeft 3 % maal zoo veel guldens als Hendrik
rijksdaalders, en te zamen hebben zij eene waarde van
250 gulden. Hoe veel geldstukken hebben zij te zamen?
50. A, B en C hebben 2500 gulden zóó onder elkander te
verdeelen, dat B 250 gulden minder, en C 500 gulden meer
bekomt dan A. Hoe veel gulden komt ieder toe ?
61. A en B handelden in compagnie. A gaf in den handel
7500 gulden voor 5 maanden, en B zekere som voor 6 maan-
den. Hoe veel gulden heeft B meer tot den handel bijgedra-
gen dan A, zoo deze ^ van de winst ontvangen heeft?
52. Men vraagt naar 'tkleinste getal, dat, door 5, 12,
21 of 32 gedeeld, niets, doch door 90 gedeeld, zes tig tot
rest der deeling geeft.
53. Van eene opklimmende rekenk. reeks is de eerste term
Sy^ en 't getal termen 101. Hoe veel zijn de termen dier reeks
te zamen, als de reden 6% is?
54. A is aan B schuldig 7500 gulden, te betalen over 8
maanden. Indien hij over 5 maanden reeds 6000 gulden betaalt,
hoe lang heeft hij dan nog tijd om de rest te betalen?
55. Van eene afdalende rekenk. reeks, die uit 81 termen
bestaat, is de eerste term 121 Vjj en de som der termen 5791 '/2-
Hoe veel is de eerste term meer dan de laatste ?
56. Als A mij, voorden tijd van 8 maanden, 1500 gulden
ter leen geeft, hoelang moet ik hem dan 500 gulden meer
ter leen geven, opdat de leening gelijk zij ?
57. Een winkelier kocht eene partij thee tegen 56'/^ gulden
de 25 pond, en betaalde daarvoor 500 guldens en half zoo
veel rijksdaalders als 't getal ponden was. Hoe veel gulden heeft
hij op de partij gewonnen, als zijne winst juist 11% percent
bedroeg ?