Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
gulden meer in dan A, terwijl C er even veel in heeft
als A en B te zamen. Hoe veel gulden heeft ieder er in,
als zij te zamen juist 100 gulden in de spaarbank hebben?
38. "Van twee getallen, die tot elkander staan als 2 % tot
3'%, is 't derde deel van 'tkleinste 13 Va ^an 't
vierde deel van *t grootste. Welke zijn die getallen?
39. 'tGeld van A staat tot dat van B als 3% tot
Hoe veel gulden heeft ieder, als B 500 gulden meer heeft
dan A?
40. Van 3 getallen , die tot elkander staan als 2% tot
6%, is 't vijfvoud van 'tkleinste 50 meer dan't twee-
voud van 't grootste. Welke zijn die getallen?
41. Zeker kapitaal, dat tegen 4 percent in 't jaar op rente
uitstond, bragt in 7% maand 159% gulden intrest op. Hoe
groot was dat kapitaal ?
42. B geeft aan A ter leen 1500 gulden voor den tijd van
8 maanden, onder voorwaarde, dat A hem later gelijke dienst
zal bewijzen. Hoe veel gulden heeft B, voor den tijd van 7 V^
maand, van A ter leen te vorderen?
43. Een rentenier heeft van 9600 gulden in 7^2 ^aaand
335 gulden intrest getrokken. Tegen hoe veel percent in 't
jaar had hij zijn geld uitgezet?
44. Als 1350 gulden in 9 maanden 46% gulden rente
opbrengt, hoe veel intrest brengt dan 3675 gulden in 8 maan-
den op ?
45. Als men zeker getal met 3 y.^ vermenigvuldigt, bij 't
product 9% optelt, de som door 3% deelt, en van 't quotient
1% aftrekt, dan houdt men 6% over. Welk getal wordt hier
bedoeld ?
46. Als men van zekere som gelds het vierde deel en 15
gulden uitgeeft, dan houdt men nog juist het derde deel en
33% gulden over. Hoe groot is de bedoelde som?
47. Een winkelier mengde 375 pond tabak, van 75 gul-
den de 100 pond, met eene soort dooreen, die per pond 11
stuivers kostte, en bekwam toen tabak van 63cent het pond.