Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
3400 gulden, tegen 4% percent in 'tjaar, in 5 jaren. Hoe
groot was 't kapitaal van A ?
304. Een stuk laken, dat 37 el lang was, werd met eene
winst van 4% percent verkocht, waardoor't bedrag van den
in- en verkoop 459 gulden en 37% cent was. Tegen welken
prijs is de el verkocht?
305. A heeft 350 gulden minder dan B, terwijl C, op 75
gulden na, half zoo veel heeft als A en B te zamen. Hoe veel
gulden heeft ieder, als B en C te zamen 600 gulden hebben?
308. Een winkelier verkocht 3 stukken linnen, van gelijken
prijs per el, voor 111 gnlden, waardoor zijne winst 18% gulden
bedroeg. Indien hij voor de el 13% cent minder ontvangen had,
dan zou zijn verlies 4% gulden geweest zijn. Hoe lang was
ieder stuk, als ze in waarde tot elkander stonden als 10, 13 en 15?
307. Als een winkelier 375 pond tabak voor 381'/^ gulden
verkoopt, dan wint hij HV^ gulden meer dan 75 pond hem
kost. Tegen welken prijs moet hij het pond verkoopen , om
13'72 percent te winnen?
308. Een kapitalist zette in 't midden van 1845, tegen 4
percent in 'tjaar, 6000 gulden op rente uit, en 3% jaar later
5600 gulden, tegen 5 percent in 'tjaar. Indien hij de beide
kapitalen gelijktijdig terug ontvangen heeft, hoe lang heeft
dan ieder kapitaal uitgestaan, als de intrest van beide kapitalen
even veel was?
309. Onder 5 mannen en 8 vrouwen moet 3075 gulden zoo
verdeeld worden, dat 3 mannen 150 gulden meer bekomen dan
4 vrouwen. Bereken nu eens, hoe veel gulden ieder van de
mannen en vrouwen toekomt.
310. Een brouwer heeft 5 vaten bier van 13 gulden het vat
en 4 vaten van 13% gulden het vat. Indien hij nu bier moet
afleveren van 11 gulden het vat, met hoe veel water moet hij
dan de genoemde hoeveelheden dooréén mengen, om bier van
den laatstgenoemden prijs te bekomen?
311. Er is eene meetk. evenredigheid, waarvan de eerste
term tot den tweeden staat als 5 tot 8, terwijl de tweede