Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
Indien men 6 bij den teller, en 9 bij den noemer optelt,
dan is de breuk gelijk aan y^. Welke breuk wordt hier bedoeld?
273. Van eene andere breuk zijn teller en noemer te zamen
88. Indien men den teller met 8 v e r m e er d e r t en den noe-
mer met 21 vermindert, dan is de breuk gelijk aan J^*
Welke breuk wordt hier bedoeld?
274. Eene bezetting van 2400 man is voor 9 maanden van
levensmiddelen voorzien. Indien er na 5 maanden 800 man
vertrekt, hoe lang kunnen dan nog de overigen met den voor-
raad toe ?
275. Zeker kapitaal bedroeg met de rente in 8 maanden 2600
gulden, en in 16 maanden 100 gulden meer. Hoe veel bedroeg
de intrest ten 100 in 'tjaar?
276. Als 6400 gulden in 9 maanden 240 gulden intrest op-
brengt, hoe lang moet dan 7500 gulden uitstaan, om 250 gul-
den rente op te brengen?
277. Een koopman nam voor den tijd van 8 maanden zeker
kapitaal op intrest, tegen percent in 'tjaar. Hoe groot was
't bedoelde kapitaal, als de koopman voor kapitaal en intrest
4920 gulden terug betaald heeft?
278. Als men zeker kapitaal, tegen 3y^ percent in 'tjaar,
voor den tijd van 3 jaar en 4 maanden op rente uitzet, dan
beloopt de intrest juist 300 gulden. Tegen hoe veel percent in
'tjaar moet dat kapitaal uitgezet worden, om er in 2^ jaar 15
gulden intrest meer van te kunnen ontvangen?
279. Een wever heeft tot een stuk linnen, dat 150 el lang-
en 1 y^ el breed is, 30 pond garen gebruikt. Hoe lang kan een
stuk van de zelfde soort worden, waartoe hij 25 pond garen
gebruikt, indien de breedte 1 y^ el moet zijn ?
280. A, B, C en D hebben 1575 gulden zoodanig onder
elkander te verdeden, dat D 225 gulden minder bekomt dan
de anderen te zamen. Indien B 4 gulden toekomt tegen
A 5, hoe veel gulden komt dan ieder toe, als C 3 gulden moet
hebben tegen A en B te zamen 2?
281. Van een stuk laken, dat bij inkoop 5 gulden per el