Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
gulden kost dit tapijt, als men voor *t leggen 6'/^ gulden
rekent?
220. Als men yg , %, % en onder den
teller 25 brengt, en daarna de nieuwe noemers zamentelt,
welk getal bekomt men dan ?
221. Als 3600 gulden in 7 Y^ maand 36 rijksdaalders in-
trest opbrengt, hoe veel gulden rente kunnen dan 1500 rijks-
daalders in 5 maanden opbrengen ?
222. A en B hebben een werk aangenomen voor 67 V2 gul-
den. A kan dit werk in 37 Y^y en B in 30 dagen verrigten. Hoe
veel gulden komt ieder van de bedongen som toe, als zij dit
werk te zamen afmaken?
223. Eene som van 5400 gulden moet onder 15 vrouwen
en 24 mannen zoodanig verdeeld worden, dat 4 mannen even
veel ontvangen als 5 vrouwen. Hoe veel gulden komt ieder
vaa de mannen en vrouwen toe?
224. A, B en C hebben met gemeenschappelijken handel
2500 gulden gewonnen, waarvan A 250 gulden minder en
C 125 gulden meer toekomt dan B. Hoe veel komt ieder van
de winst toe?
225. Als men van zeker kapitaal het gedeelte en 2000
gulden neemt, dan heeft men juist het y^ deel. Tegen hoe veel
percent in 'tjaar moet het bedoelde kapitaal uitgezet worden,
om er in 7 J/2 maand 675 rijksdaalders intrest van te kunnen
trekken?
226. Een winkelier kocht eenige balen koffij, tegen 18%
gulden de 25 pond netto. Indien 'tbruto gewigt 2400
pond was, en de winkelier voor tarra 2y2 van de 100 kortte,
hoe veel gulden kostte hem dan alzoo de partij koffij?
227. Er zijn twee getallen, wier som 950 is. Als men bij
't kleinste 250 optelt en van't gr 0 0 ts t e 200 aftrekt, dan
staan de som en de rest tot elkander als 2 tot 3. Welke zijn
de bedoelde getallen?
228. A, B en C hebben 3000 gulden op de volgende wijze
te deelen : B moet 2 y^ maal zoo veel hebben als A, en C 3