Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
202. Een winkelier verkocht 300 pond tabak voor 202^2
gnlden, en won toen juist zoo veel als 37/2 pond hem kostte.
Hoe veel gulden won hij ?
203. Als 2500 gulden in 8 maanden 75 gulden rente kan
opbrengen, hoe lang moet dan 4800 gulden uitstaan, om er
135 gulden intrest van te kunnen ontvangen?
204. Een winkelier verkocht 2 stukken katoen, tegen den
zelfden prijs per el, voor 14 rijksdaalders, en ontving voor 't
kleinste stuk 5 gulden minder dan voor 't grootste. Hoe lang
was ieder stuk als ze te zamen 87 el en 5 palm lang waren?
205. Iemand had 300 rijksdaalders, waarvan hij zoo
eeel in guldens verwisselde, dat hij 2 maal zoo veel rijks-
daalders overhield als hij guldens bekwam. Hoeveel
rijksdaalders heeft hij verwisseld?
206. Een landbouwer verkocht eene partij erwten tegen 15
gulden de mud, en ontving daarvoor 625 guldens en nog zoo
veel rijksdaalders als hij mudden verkocht. Uit hoe veel mud
bestond die partij?
207. Van zekere meetk. evenredigheid staat de eerste
term tot den tweeden als 3 tot 8, terwijl de som van den
derden en vierden term 91% is. Welke is die evenredig-
heid, als deeersteterm 1% maal in den d erd e n bevat is ?
208. Een bak, die 3,2 el lang, 1 ^2 el wijd en 7,5 palm
diep was, werd vol boekweit gestort. Hoe veel gulden was die
partij waard, als 2 y^ mud 15yg gulden kostte?
209. Van zekere meetkundige evenredigheid staan de eer-
ste en derde term tot elkander als 3 tot 4, terwijl de eer-
ste en tweede term te zamen 120 zijn. Welke is die even-
redigheid, als de derde term 1J/^ maal in den tweeden
bevat is?
210. Een winkelier mengde 150 pond rijst, van 25 cents
het pond, onder eene partij, die hem 90 gulden kostte, en ver-
kocht toen de gemengde rijst tegen 34 cents het pond, met
eene winst van 20 percent. Hoe zwaar woog de partij van 90
gulden inkoop?