Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
en 4 maanden later nog 7500 gulden, tegen 5 percent in t
jaar. Deze sommen liet liij zóó lang uitstaan totdat ze, met de
intresten, juist 10 258 gulden bedroegen. Hoe lang heeft ieder
kapitaal uitgestaan?
170. Eene weide, die 6% bunder groot is, moet onder A en
B zóó verdeeld worden, dat A 37'/2 vierkante el bekomt tegen
B een vierkante roede. Hoe veel bunder komt ieder toe?
171. Hoe veel is 15,35—geschreven in't v ij f tallig stelsel
— in 't tientallig stelsel uitgedrukt?
172. A nam van B op intrest 1500 gulden, tegen 4*/^ per-
cent in 'tjaar. Vijf maanden later nam B van C op rente 2000
gulden, tegen 4'/^ percent in'tjaar. Na eenigen tijd ontving B
van A even veel intrest als hij aan C schuldig was. Hoe lang
hebben de kapitalen van B en C uitgestaan ?
173. Een graanhandelaar kocht eene partij rogge tegen
187 J/^ gulden het last. Nadat hij 200 mud van de partij ver-
kocht had tegen 81 rijksdaalders het last, verkocht hij de rest
tegen 210 gulden het last, waardoor zijne winst op de partij
juist 310 gulden beliep. Uit hoe veel last bestond die partij?
174. Drie arbeiders, die wij A, B en C zullen noemen, heb-
ben in 2 y^ dag eene hoop aarde vervoerd voor 7 y^ gulden. A
alleen zou er 6 J/^ en B 7 dag werk aan gehad hebben. ffl)Hoe
lang zou C er over hebben moeten werken, en 6) hoe veel
kwam ieder van de verdiende som toe?
175. Als anderhalve el katoen 37y2 cent kost, hoe veel gul-
den kost dan 25 el linnen en 40 el katoen te zamen, indien
5 el linnen in prijs gelijk staat met 8 el katoen ?
176. A, B, C en D hebben 20 950 gulden op de volgende
wijze te deelen. A moet hebben 2 y^ gulden tegen B 4, B 5
tegen C 4 en C 3 tegen D 4 gulden. Hoe veel moet ieder
hebben ?
177. Indien 2 Vj mud boekweit in prijs gelijk staat met 4
mud haver, en 2mud haver 6% gulden kost, hoe veel
gulden kost dan 20 mud haver en 1% last boekweit te
zamen ?