Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
hebben met zekeren handel 2500 gulden gewonnen, waarvan
B 250 gulden meer toekomt dan A, terwijl C 500 gulden
meer moet hebben dan A en B te zamen, Hoe veel gulden
heeft ieder tot dien handel bijgedragen, zoo de winst juist
percent bedroeg?
127. Als men bij zeker getal 50 optelt;—de som met Sy^
vermenigvuldigt; — van 't product 50 aftrekt en de rest door
18 y^ deelt, dan bekomt men 't kleinste gemeene veel-
voud van ISVg, 17 V^ en 10%. Welk getal wordt hier be-
doeld ?
128. Van zekere breuk zijn teller en noemer te zameu ge-
lijk aan 'tkleinste gemeene veelvoud van 12^, 16%
en 20. Indien men den teller met 15 vermeerdert en
den noemer met 15 vermindert, dan staan zij tot elkander
als 9 tot 16. Welke is de bedoelde breuk?
129. Een graanhandelaar verkocht van eene partij rogge, die
hem 2500 gulden kostte, het % gedeelte met eene winst van
6 y percent en de rest tegen inkoopsprijs. Als men u zegt,
dat de winst gelijk was aan den inkoop van 10 mud, kunt gij
dan berekenen uit hoe veel mud de partij bestond?
130. A en B bragten 6000 gulden bijeen, om er mede te
handelen, en wonnen 702 gulden, waarvan A 270 gulden toe-
kwam. Hoe veel heeft ieder ingelegd, zoo 't geld van A 7
en dat van B 8 maanden in den handel geweest is?
131. Een winkelier kocht eene partij tabak tegen ISyg
gulden de 25 pond, en betaalde 120 rijksdaalders en 2^2
zoo veel stuivers als er ponden waren. Hoe zwaar woog de
partij ?
132. Een landbouwer verkocht eenige mudden boekweit te-
gen 6V^ gulden de mud, en ontving er 100 guldens en nog
5 maal zoo yeel kwartguldens voor als hij mudden verkocht.
Hoe veel mud verkocht die landbouwer?
133. Een wijnhandelaar heeft door menging 150 kan wijn
verkregen van 62 Vg cent de kan. Indien hij daartoe wijn ge-
bruikt heeft van 9 en van 15 stuivers de kan, hoe veel
2*