Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
192-
van den derden en vierden term 137'/j is. Welke is die
evenredigheid, zoo de tweede term tot den vierden staat
als 2 tot 5?
277. A. B en C handelden in compagnie. A legde in den
handel 1500 gulden voor 8 maanden, B 3000 gulden voor 5
maanden en C zekere som voor 4 maanden. Hoe veel gulden
heeft C in den handel gelegd, als hij van de winst 2 gulden
ontvangen heefl tegen A en B te zamen 3 gulden ?
278. A, B en C hebben 1250 gulden zóó danig onder el-
kander te verdeelen, dat A een rijksdaalder bekomt tegen B 4
gulden, terwijl C 3 gulden moet hebben tegen B 2. Hoe veel
gulden komt ieder van de genoemde som toe ?
279. Een graanhandelaar verkocht eene partij rogge voor
4050 gulden, en toen was zijne winst juist 60 rijksdaalders meer
dan 4 percent. Uit hoe veel last bestond de partij, als de i n-
koop van 12% nwl 78 gulden en 12'/j cent was?
280. Een winkelier verkocht eene partij rijst tegen 20 cents
het pond, en [ontving daarvoor 100 gulden en 4 maal zóó
veel centen als hij ponden verkocht. Hoe veel rijksdaal-
ders kostte de partij bij inkoop, als de winkelier er 10 percent
en 5 kwartguldens op gewonnen heeft?
281. Van eene partij tabak, ingekocht tegen 10 gulden de
12% pond, werd het % gedeelte verkocht tegen 17 Vj stuiver,
en de rest tegen 90 cents het pond, waardoor de winst juist
106 gulden en 25 cents bedroeg. Hoe zwaar woog de partij ?
282. A, B en C handelden in compagnie. De inleg van A
stond tot dien van B als 2'% tot 3%, en die van B tot dien
van C als 3 tot 4. A liet zijn geld 5 maanden in den handel
tegen B4, endeze3 tegen C 4'% maanden. Hoe veel gulden
kwam ieder van de winst toe, als zij te zamen 1150 gulden
gewonnen hebben ?