Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
186-
opbrengen als de grootste gemeene deeler van 990 ,
1650 en 2640 is, kunt gij dan berekenen, hoe veel rijksdaal-
ders intrest het ongenoemde kapitaal, tegen 5 percent in
'tjaar, in IV2 maand kan opbrengen?
237. Een winkelier kocht eene partij thee tegen 187 y2 gul-
den de 100 pond, en verkocht die tegen 42 stuivers het pond.
Indien 't gedeelte van de partij en 100 pond even zwaar
was als 't % gedeelte en 125 pond, hoe veel gulden heeft hij
dan op de partij gewonnen, 200 hij 5 pond ingewogen
heeft ?
238. AU 't vierde deel van 75 el zwart laken 93%
gulden kost. hoe veel gulden kost dan 't vijfde deel van 62%
el bruin laken, indien 6 y^ el bruin in prijs gelijk staat
met 7 % el zwart?
239. Toen de rogge per last 37% gulden meer kostte
dan de boekweit, ontving een landbouwer voor 20 mud
rogge en 25 mud boekweit te zamen 306% gulden. Hoe
veel gulden kostte 5 mud rogge meer dan 4 mud boek-
weit?
240. Wanneer een winkelier 320 pond thee verkoopt tegen
2y^ gulden de 7% ons, dan verliest hij 64 gulden. Bere-
ken nu eens, tegen welken prijs hij 't pond verkoopen moet,
om zoo veel op de partij te winnen als 40 pond hem gekost
heeft.
241. De som van teller en noemer van zekere breuk is
350. Indien men den teller met 8 vermeerdert en den
noemer met 8 vermindert, dan bekomt men eene breuk,
die gelijk is aan W^elke breuk wordt hier bedoeld?
242. Van eene andere breuk zijn teller en noemer te zamen
100, Indien men bij den teller 6 optelt en van den noe-
mer één aftrekt, dan bekomt meji eene breuk, die gelijk is
aan %. Welke waarde bekomt men, wanneer men den teller
met 3; en den noemer met 7 vermindert?