Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
180-
192. Toen 1% x S% el laken 46 gulden en S7 ^^ ^ent
kostte, kocht iemand van een stuk het 15de deel en el ,
waarvoor hij juist 15 rijksdaalders betaalde. Hoe lang was 't
bedoelde stuk laken?
193. Zes jongens verdienen in 12% dag 9 gulden en 37%
cent meer dan 5 mannen in 7% dag. Hoe veel gulden ver-
dienen 12 mannen en 5 jongens in 6 dagen te zamen, zoo
4 jongens in 7% dag 22 y2 gulden verdienen?
6 y
194. Een kweekeling telde bij den noemer van —^ een
lo
getal op^ en bekwam daardoor eene breuk, die in waarde ge-
lijk is aan y^^- getal heeft hij bij den noemer opgeteld?
2%
105. Welk product bekomt men, wanneer men met -—^y
7/2
vermenigvuldigt?
7'/
106. Iemand telde bij den t e 11 e r van de breuk een ge-
20
tal op, en bekwam toen, na verkleining, %. Welk getal
heeft hij bij den teller opgeteld ?
197. Een landbouwer heeft een haverkist, waarin hij 18
mud kan bergen. Hoe wijd is die bak, als hij 64 duim diep
en van binnen 3 el en 7 J/j palm lang is?
198. Als een koopman een stuk katoen verkoopt tegen 3%^
gulden de 7'% el, dan wint hij 5 gulden en 12 Vg stuiver,
doch verkoopt hij H stuk tegen 45 cents de el, dan is zijne winst
4/2 kwartgulden minder. Indien van dit stuk katoen het
vierde deel en 12% palm verkocht wordt, met eene winst
van 6% percent, hoe veel gulden wordt daarvoor dan ont-
vangen ?
12'/
199. Als men bij den teller van de breuk —„y^- 6'% op-
öO
telt, welk getal moet men dan van den noemer aftrekken,
om eene breuk te bekomen, die aan %. gelijk is ?