Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
175-
mer optelt, dan bekomt men eene breuk, die gelijk is aan
Indien men echter bij den teller der bedoelde breuk 9 op-
telt, welk getal moet men dan van den noemer aftrekken, om
eene breuk te bekomen, die aan % gelijk is?
160. Een graanhandelaar kocht 3 partijen rogge tegen 180
gulden het last. De eerste partij verkocht hij tea:en gul-
den de mud; de tweede partij, die 3% ™aal zoo groot was als
de eerste, tegen 6% gulden de mud, en de derde partij,
die 2 maal zoo groot was als de tweede, iegen inkoops-
prijs. Indien de graanhandelaar met dezen handel 75 gulden
gewonnen heeft, kunt gij dan berekenen, uit hoe veel last ie-
dere partij bestond ?
161. Iemand heeft in zijne geldkist aan rijksdaalders,
guldens, kwartguldens en dubbeltjes eene waarde
van 7150 gulden, 't Getal rij k s d a a 1 der s staat tot dat der
guldensals 8 tot 5 ; 't getal k w a r tg u 1 d en s tot dat der
rijksdaalders als 3 tot 2, en 't getal rijksdaalders tot
dat der dubbeltjes als 4 tot 3. Hoe veel van ieder der ge-
noemde geldstukken zijn er in die geldkist ?
162. Drie kooplieden, die wij A, B en C zullen noemen, han-
delden te zamen. A legde 750 gulden meer in dan B, terwijl
B en C te zamen 3750 gulden inlegden. Hoe veel gulden
hebben A en B ieder gewonnen, zoo C van de winst, welke 431
gulden en 25 cents was, 75 rijksdaalders ontvangen heeft?
163. Jan reist 9 mijl in 2 uur, en vertrekt 2% uur later
dan Lodewijk, die 5 mijl achter hem is en 15 mijl in
3% uur vordert. Hoe veel mijl moet Jan reizen, om Lodewijk
in te halen ?
164. Een graanhandelaar koopt eene partij rogge. Indien hij
er een gedeelte van verkoopt voor 337 % gulden, met eene
winst van 12% percent, met hoe veel gulden winst moet hij
dan de rest verkoopen, om op de partij juist 100 gulden te
winnen ?