Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
168-
8 mannen in 12 dagen te zamen, zoo 6 mannen in 7 % dag
20 rijksdaalders en 25 kwartguldens verdienen?
112. Van eene meetkundige evenredigheid staan de eerste
en tweede term tot elkander als 2% tot 6%, terwijl de som
van den derden en vierden term gelijk is aan den groot-
sten gemeenen deeler van 1050, 1680 en 4410. Welke
is die evenredigheid, zoo de eerste term tot den derde n staat
als 5 tot 16?
113. Als men zeker getal met 3% vermenigvuldigt, bij 't pro-
duct 12/2 optelt, en de som door 6% deelt, dan bekomt men
den grootsten gemeenen deeler van 30, 48 en 162.
Welk getal wordt hier bedoeld?
114. Toen 3 el linnen in prijs gelijk stond met 4 el ka-
toen, betaalde eene vrouw voor 12 J/2 el 1 i» n e n en 12 el ka-
toen juist 4 rijksdaalders en 3 kwartguldens. Hoeveel gulden
zou zij hebben moeten betalen, indien zij 15 el linnen en 25
el katoen gekocht hadde?
115. Van eene opklimmende rekenkundige reeks is de
eerste term 3%, de reden 2// en 't getal termen 51. Hoe
veel zijn de termen dier reeks te zamen ?
116. A en B handelden in compagnie, 't Geld van A stond
tot dat van Bals 5 tot 8. Indien 'tgeld van A 4 maanden in
den handel geweest is tegen dat van B 1 % maand, hoe veel
gulden kwam dan ieder van de winst toe, zoo die 400 gulden
was ?
117. Als men zeker getal door 5, 18 of 32 deelt, dan houdt
men niets over; doch deelt men 't bedoelde getal door 75, dan
is de rest der deeling 45. Welk getal kan dit op 't mins t
zijn ?
118. Willem heeft 6% gulden meer in de spaarbank dan
Jan, en te zamen hebben zij er juist 12% gulden minder
in dan Adolf. Hoe veel gulden heeft ieder er in, zoo zij er te
zamen 2% X 37 % gulden in hebben?