Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
165-
dagloon van 3 mannen gelijk staat met dat van 5 jongens?
89. Er is eene breuk, waarvan teller en noemer te zamen 500
zijn. Indien men bij den teller 29 optelt en van den noemer
79 aftrekt, dan bekomt men eene breuk, die gelijk is aan
Welke waarde bekomt men, wanneer men den teller met 31
en den noemer met 4 vermindert?
90. Jan heeft 3% maal zoo veel dubbeltjes als Willem
kwartguldens. Hoe veel van de genoemde geldstukken heeft
ieder, als zij te zamen eene waarde van 5 rijksdaalders
hebben ?
91. Albert is 25 jaar ouder dan Hendrik, en over 10 jaar zijn
de jaren van Hendrik juist 2 maal in die van Albert bevat. Be-
reken hieruit ieders tegenwoordigen ouderdom.
92. Van zeker kapitaal is 2% maal het vierde deel en
125 rijksdaalders even veel als de helft en 1250 gulden.
Bereken nu eens, tegen hoe veel percent in 'tjaar dat kapitaal
op rente uitgezet moet worden, om er in 8 maanden 225 gul-
den intrest van te kunnen trekken ?
93. Eene weide, die de gedaante van een' regthoek heeft,
is 1000 el in omt rek, terwijl de lengte juist 125 el meer
is dan't tweevou d der breed te. Indien deze weide verkocht
wordt tegen 6% gulden de 2% vierkante roede, hoe veel gul-
den moet de kooper er dan voor betalen ?
94. A en B handelden in compagnie. De inleg van A stond
tot dien van B als 3 tot 5. Indien 't geld van A 2% niaal
zoo lang in den handel geweest is als dat van B, hoe veel gulden
heeft dan ieder gewonnen, zoo A 375 gulden meer van de
winst toekwam dan B?
95. Toen 5 mud rogge en 3 mud boekweit 53% gulden
kostte, ontving een landbouwer voor één last roggeen 20 mud
boekweit te zamen 337% gulden. Hoe veel gulden kostte
de boekweit per mud meer dan de rogge?
96. Een winkelier verkocht eene partij tabak, meteene winst