Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
157-
6500, B en C 5500 en Aen C 4000 gulden in den handel
gelegd hebben, hoe veel gulden hebben dan B en C ieder ge-
wonnen, zoo A 150 gulden van de winst ontvangen heeft?
31. A en B kunnen eene hoop aarde weg kruijen in 32
dag, B en C in 15 en A én C in ll'/^ dag. a) In hoe veel
dagen kan ieder in 't bijzonder de aarde weg kruijen? b) In
hoe veel dagen kunnen zij het te zamen doen ?
32. A en B handelden in compagnie en legden te zamen 2700
gulden in. A liet zijn geld 5 en B 3 maanden in den handel.
Van de winst, die 210 gulden was, kwam A 30 gulden meer
toe dan B. Hoe veel gulden heeft ieder tot dien handel bijge-
dragen ?
33. A en B kunnen zeker werk verrigten in 6y,j, B en C
in 8 y^ en A en C in 7 J/2 ''^'g- Indien zij dit werk met elkan-
der gereedmaken en daarmede 22 J/^ gulden verdienen, hoe veel
gulden komt dan ieder daarvan toe? i) In hoe veel dagen
zal 't werk dan klaar zijn ?
34. Twee broeders gingen naar de kermis en hadden te za-
men 18% gulden. Toen zij te huis kwamen en hun geld natel-
den, bleek het, dat de oudste der broeders jaist 2 maal zoo
veel bezat als de jongste. Als men u zegt, dat de oudste
op de kermis 2'/a. en de jongste daar 1J/^ gulden heeft
uitgegeven, kunt gij dan berekenen, met hoe veel gulden ieder
naar de kermis gegaan is ?
35. Vijf kinderen deelden de nalatenschap hunner ouders.
De oudste ontving daarvan het achtste deel, de j o ngs t e
het vierde deel en 500 gulden, terwijl elk van de andere
kinderen 1500 gulden meer bekwam dan't oudste kind. Hoe
veel gulden heeft ieder van de kinderen ontvangen?
36. Van zekere breuk zijn teller en noemer te zamen 77.
Wanneer men den teller met 14 vermeerdert en den noe-
mer met 16 vermindert, dan staan zij tot elkander als 2 tot
3. Welke breuk wordt hier bedoeld ?