Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
154-
de andere kraan in 2Indien men de 3 kranen te
gelijk open zet, in hoe veel tijd zal het vat dan leeg zijn?
7. Een rentenier gaf aan A en B, voor den tijd van 7
maand, te zamen 10 000 gulden. A ontving het geld tegen 4
en B tegen 5 percent in 't jaar. Hoe groot was ieder kapitaal,
als zij te zamen 290 gulden rente opgebragt hadden?
8. Van zeker kapitaal is 't % gedeelte en 7 8 gulden even
veel als 't % gedeelte. Tegen hoe veel percent in 't jaar moet
dat kapitaal op rente uitgezet worden, om er in 5 maanden
31% gulden intrest van te kunnen trekken?
9. Twee stukken linnen, die te zamen 75 el lang zijn, kos-
ten 49 % gulden. Hoe lang is elk stuk, als de el van 't eene
12 en van *t andere 15 stuivers kost?
10. Eene som van 740 gulden moet onder A, B, C en D
zoo verdeeld worden, dat A 3 gulden bekomt tegen B 4, B 5
tegen C 6, en deze 4 tegen D 2 J/^. Hoe veel gulden komt ieder
van de genoemde som toe?
11. Een winkelier kocht een vat stroop, waarvan 'tbruto
gewigt 625 pond was, tegen 25 gulden de 100 pond netto, op
4 maanden crediet. Indien de zwaarte van 't vat 10 pond was,
hoe veel geree d geld moest er dan voor betaald worden, als 't
rabat tegen 7% percent in 'tjaar berekend werd?
12. Van eene opklimmende rekenkundige reeks, die uit 8
termen bestaat, is de reden 5 en de som der termen gelijk aan
den grootsten gemeenen deeler van 780 , 1300 en
2080. Welke zijn de termen dier reeks?
13. Van zekere breuk zijn teller en noemer te zamen gelijk
aan 'tkleinste gemeene veelvoud van 12%» 16% en
20. Indien men van den teller 6 aftrekt, en bij den noe-
mer 11 optelt, dan bekomt men eene breuk, die gelijk is aan
%g. Welke breuk wordt hier bedoeld?
14. A kocht van een stuk laken het tiende deel voor 21
gulden en 60 cents, en B van 't zelfde stuk voor 27 gulden.