Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
den kostte, stond in lengte tot het grootste als 2 tot 3. Hoe
veel gulden moest hij er voor betalen, indien 3 J/^ el van 't
grootste stuk 5/2 gulden meer kostte dan 1J/2 van
't kleinste stuk?
73. Een winkelier kocht 720 pond rijst tegen Sy^ gulden
de 25 pond. Hoe veel pond had hij voor even veel geld kun-
nen koopen van eene soort, die per pond 3 cents meer kostte?
74. A verdient in 1 ^ ^Vi gulden, en B in 2 dagen
2/2 gulden. Hoe veel weken moeten zij gezamenlijk wer-
ken om 132 gulden te verdienen?
75. In 15 dagen kunnen 12 arbeiders eene sloot graven
van 125 el lengte. In hoe veel dagen kunnen 9 zulke arbei-
ders eene sloot graven van 150 lengte, indien diepte en wijdte
van beide slooten volkomen gelijk zijn?
76. Als 2 V2 ons thee in prijs gelijk staat met y^ pond koffij-
boonen, en pond thee 15 gulden kost, hoe veel gulden
kost dan 't y^. gedeelte van 31^ pond koffijboonen?
77. Tot het behangen eener kamer heeft men 48 el linnen
noodig van 1 V^ breedte, a) Hoe veel el linnen, van 1 V^ el breedte,
moet men koopen om die kamer te behangen, en ö) hoe veel
rollen behangpapier, van V^ el breedte, heeft men noodig, zoo
iedere rol 10 el lang is?
78. Een rentenier heeft bij onderscheidene personen eenige
sommen op intrest uitgezet, die hem maandelijks 62 gulden en
37/2 eent rente opbrengen. Hoe groot zijn de uitgezette som-
men te zamen, die tegen 3% percent in 'tjaar uitstaan?
79. Een winkelier kocht 1215 pond koffijboonen tegen 7 y2
rijksdaalder de 25 pond. Indien hij 15 pond ingewogen, en de
partij tegen 2 y ^ gulden de 2 pond verkocht heeft, kunt gij
dan berekenen, hoe veel gulden zijne winst meer dan 10
percent bedroeg?
80. Eene som van 250 gulden werd betaald met guldens
en rijksdaalders. Hoe veel stukken zijn er van ieder in
betaling gegeven, zoo 't getal guldeus 75 meer was dan dat
der rijksdaalders?