Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
144-
del 1125 gulden meer dan A, en C 1500 gulden meer dan B.
Hoe veel gulden heeft ieder tot dien handel bijgedragen, als A
van de winst, die 703'/g gulden was, 140 gulden en 62
cent toekwam?
379. Een winkelier verkocht van eene partij thee in October
het % gedeelte tegen 48 stuivers het pond, en de rest in No-
vember tegen 2gulden het pond. Indien hij in November
37'/j pond meer verkocht heeft dan in October, en zijne winst
op de partij 39 gulden en 37/4 bedroeg, tegen welken
prijs heeft hij dan 't pond ingekocht ?
380. Van zeker rijtuig zijn de voorwielen 1,05 el in mid-
dellijn, en de achterwielen el. Indien men met dit rijtuig
2310 el aflegt , hoe veel omwentelingen hebben één voor- en
achterwiel dan te zamen gedaan?
381. Een schipper kocht 15 pond vleesch en 12 V^ pond
spek voor 15 gulden. Indien hij 3 pond vleesch en één pond
spek meer gekocht hadde, dan zou hij juist 17 gulden en 10
cents hebben moeten betalen. Bereken nu eens, met hoe veel
rijksdaalders hij 20 pond spek en 16 pond vleesch zou hebben
kunnen betalen.
382. Van zekere meetkundige evenredigheid staan de de rde
en vierde term tot elkander als 1 tot 4, terwijl de eerste
en tweede term te zamen 37/2 ^'j"- Welke is die evenre-
digheid, als de eerste term 10 maal in den Iaatsten be-
vat is ?