Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
UI-
is 't verschil 6'/^ X 160. Welk is 'tproduet der bedoelde
getallen?
356. Zeker werk kan door 15 arbeiders in 8 weken verrigt
worden. Indien men eerst 6 weken lang 10 arbeiders laat
werken, hoe lang zullen 8 arbeiders dan nog moeten werken,
om den bedoelden arbeid te voltooijen?
357. Als A 1250 gulden inlegt voor 6 maanden, hoe veel
gulden moet B dan voor 8 maanden inleggen, om Vg van de
winst te kunnen ontvangen ?
358. A is aan B schuldig 1593®/^ gulden, te betalen over
15 maanden. Daar B behoefte aan geld heeft, biedt hij A, voor
gereede betaling, een rabat aan van 5 pereent in 'tjaar.
Indien A van dit aanbod gebruik maakt, met hoe veel gulden
kan hij dan voldoen ?
359. Eene vrouw wil hare tafel, die 12 '/2 pa'm breed en 7^
el in omtrek is, beleggen meteen kleed, dat per vierkante el
4'/
gulden kost. Hoe veel gulden moet zij voor dat tafelkleed
betalen ?
360. Van zekere meetkundige evenredigheid staat de derde
term tot den vierden als 5 tot 8, terwijl de eerste term
tot den derden staat als 4 tot 3. Welke is die evenredigheid,
als de tweede en vierden term te zamen 56 zijn?
361. Jan verdient in 7 V^ dag 9 gulden en 37cent, en
Hendrik in 5 dagen even veel als hij in 3. Hoe veel gulden
verdient Hendrik in 15 dagen meer dan Jan in 7 ?
362. A, B en C hebben gemeenschappelijk handel gedreven,
en daarmede gewonnen 1305 gulden. Aheeft ingelegd 3 gulden
tegen B4, en deze tegen C 4. Hoe veel kwam ieder van
de winst toe, als 't geld van A 5, dat van B 6 en dat van C
7/2 maanden in den handel geweest is?
363. Willem en Johannes hebben te zamen zóó veel knikkers
als 'tkleinste gemeene veelvoud van 6%, 9% en 15
J