Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
135-
veel gulden kostte de mud, zoo B, op 10 mud na, 2 maal zoo
veel gekocht heeft als A ?
312. A en B handelden te zamen. A legde in den handel
1500 gulden voor 6 maanden, en B zekere som voor 7 % maand.
Hoe veel gulden heeft A meer in den handel gelegd dan B,
zoo ieder de helft van de winst toekwam?
313. Een schoolknaapje deelde zeker getal door 25, en be-
kwam 15 tot rest der deeling. Welke rest bekomt men,
wanneer men 25 deelt in een getal, dat 45 maal zoo groot is?
314. Als men zeker getal door 39 deelt, dan houdt men in
de deeling 25 over. Welke rest bekomt men, indien men 39 in
een getal deelt, dat 65 maal zoo groot is als 't bedoelde
deeltal ?
315. Een boer verkocht eene partij wol tegen 3% gulden de
2/2 pond, en ontving in betaling 150 rijksdaalders en zóó
veel kwartguldens als hij ponden verkocht. Uit hoeveel
pond bestond die partij ?
316. A moet aan B betalen 2500 gulden over 4 maanden,
2000 gulden over 5 maanden, en 1500 gulden over 8 maan-
den. Wanneer kunnen deze sommen, zonder iemands schade,
in ééns betaald worden?
317. Hoe veel beloopt het r aba t van 16 375 gulden, tegen
3% percent in 'tjaar, in 7maand?
318. Een schooljongen telde 10 getallen, die elk uit 5 cijfers
bestonden, bij elkander op, doch bijschreef de gedeeltelijke
sommen telkens voluit, en bekwam toen 6039475581. Welk
getal zou hij verkregen hebben, indien hij goe d gewerkt hadde?
319. A en B handelen in compagnie.Als A, voor den tijd van
8 maanden, 1250 gulden in den handel legt, hoelang moet B
dan 1500 gulden iu den handel leggen, om 3 gulden van de
winst te kunnen ontvangen tegen A 4?
320. Wanneer men van 5 breuken de tellers achtereenvol-
gend in hunne noemers deelt, dan bekomt men tot qu ot ie n-