Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
130-
veel gulden heeft ieder ontvangen, als zij te zamen 240 gulden
en 62 72 rente betaald hebben?
276. Vijf personen, die wij A, B, C, D en E zullen noemen,
hebben 19 000 gulden zoo onder elkander te verdeelen, dat A
1 J/2 "laal zoo veel bekomt als B, B 1 maal zoo veel als
C, C 1 y^ maal zoo veel als D, en deze 2 gulden tegen E
3. Hoe veel gulden komt ieder toe?
277. Van zekere breuk zijn teller en noemer te zamen 300.
Indien men den teller met 6 vermindert en bij den noe-
mer 31 optelt, dan bekomt men eene breuk, die in waarde
gelijk is aan Welke breuk wordt hier bedoeld?
278. Van eene opklimmende rekenkundige reeks, die uit 21
termen bestaat, is de reden 6 J/^ en de som der termen 1706 J/^.
Men vraagt naar den eersten en Iaatsten term ieder
in 't bijzonder.
279. Van eene afdalende rekenkundige reeks, die uit 16 ter-
men bestaat, is de eerste term 240yg en de reden 15%.
Hoe veel zijn de termen der bedoelde reeks te zamen?
280. Eene som van 1110 gulden moet onder A, B, C en D
zoo verdeeld worden, dat A 4% gulden bekomt tegen B 6,
B 7/2 tegen C 9, en C 6 tegen D 3%. Hoe veel gulden
komt ieder alzoo van de genoemde som toe?
281. Twee kooplieden, die wij A en B zullen noemen, namen
van een' rentenier eenig geld ter leen, doch A 625 gulden min-
der dan B. Indien B jaarlijks 50 gulden intrest meer moest
betalen dan A, hoe veel gulden heeft dan ieder ter leen ont-
vangen, zoo A 4, en B 5 perc. rente in 'tjaar moest betalen ?
282. Een rentenier heeft van 3125 gulden in zekeren tijd 7 8
gulden en 12^/2 cent intrest getrokken. Indien de genoemde
som 4% maand langer uitgestaan hadde, dan zou de rente
juist 125 gulden geweest zijn. Tegen hoe veel percent in 't
jaar heeft de rentenier zijn geld uitgezet?
283. Een graanhandelaar kocht eene partij rogge tegen 186