Boekgegevens
Titel: Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Auteur: Veenstra, B.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1867 *
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202164
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Denkoefeningen: verzameling van rekenkundige voorstellen voor volks- en burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
127-
255. Een rentenier gaf aan A voor zekeren tijd 2500 gulden
ter leen en voor den zelfden tijd aan B zeker kapitaal tegen 5
percent in 'tjaar. Als u gezegd wordt, dat B 253 gulden en
12 y^ cent intrest betalen moest, kunt gij dan berekenen, hoe
groot het kapitaal van A was, zoo die aan kapitaal en rente
juist 4450 gulden terug moest betalen?
256. Een winkelier kocht 2 kisten thee, tegen den zelfden
prijs per pond, voor 360 gulden; doch in de eene kist was 6
pond meer dan in de andere, en zoo de grootste partij nog
19 pond zwaarder geweest ware, zou zij 45 gulden meer ge-
kost hebben dan de kleinste. Bereken nu eens, hoe veel pond
iedere kist bevatte.
257. Een winkelier had 10 pond thee van 21/2 gulden het
pond, en 25 pond van 48 stuivers het pond. Nadat hij onder
deze soorten 15 pond van eene duurdere soort gemengd had,
verkocht hij de gemengde thee, met eene winst van 7%
percent, tegen 2^^ gulden het pond. Hoe veel gulden kostte
de duurste thee per pond?
258. Jan en Cornelis hebben te zamen 100 knikkers. Indien
men de som hunner knikkers deelt door 'tgetal, dat Jan meer
heeft dan Cornelis, dan bekomt men tot quotient het klein-
ste gemeene veelvoud vanVg, 1'/^ en 1%. Men vraagt
naar 't getal knikkers van ieder afzonderlijk.
25y. Als men zeker getal met 4 vermenigvuldigt, bij 't
product 25 optelt, en de som door 6% deelt, dan bekomt
men tot quotient het kleinste gemeene veelvoud van
2V2» 3 en 3%. Welk getal wordt hier bedoeld?
260. "Van eene partij koopwaren, die met eene winst van 7
percent verkocht werd, was 't bedrag van den in- en verkoop
juist 2593% gulden. Hoe veel zou de verkoop geweest zijn,
indien de winst 12^2 percent geweest ware?
261. Van eene opklimmende rekenkundige reeks, die uit 250
termen bestaat, is de reden 3%, en de eerste term 6%.